Ook wij, moslims, houden van Jezus
‘Ook wij, moslims, houden van Jezus.’ Met grote letters staat deze boodschap op de blauwe tent op het Bijlmerplein. Vanuit deze tent evangeliseren moslims. Ook zij hebben het over de Heere Jezus. Soms staat deze tent tegelijkertijd met de Bijbelbus op het plein en is de verwarring groot. In een omgeving als de Bijlmer, waar veel mensen het over de Heere Jezus hebben, is het belangrijk om te weten over welke Jezus we het hebben.
Sommigen hebben het over een Jezus Die altijd zorgt, anderen over een Jezus met een zwarte huidskleur. Weer anderen spreken over een Jezus Die moslim was. Sommigen zien Hem als een heel belangrijk Mens, maar niet als God.
Wat een verwarring kan er dan ontstaan. Juist daarom is het zo belangrijk dat de Bijbelse boodschap klinkt: over de Heere Jezus, de Zoon van God, Die eeuwig leeft en als Mens naar deze wereld is gekomen. Hij kwam om te lijden en te sterven aan het kruis, maar ook om uit de dood op te staan.
Een tiental jaar geleden maakten we het vaak mee dat jonge moslims lange gesprekken met ons voerden. Bij de Bijbelbus ontstonden uitgebreide discussies en deze moslims gingen ook graag in gesprek met nieuwe vrijwilligers.
Nooit zal ik vergeten dat ik voor de zoveelste keer in gesprek was met Ahmed. Hij probeerde met allerlei Bijbelteksten de islam te verdedigen, toen een jongen mij op de schouder tikte. Een jongen van een jaar of vijftien, met een baseballpetje op zijn hoofd. Hij haalde zijn muziekoordopjes uit zijn oren en zei: ‘Jos, jij moet stoppen met de gesprekken met Ahmed. Hij is overgelaten aan satan. Hij heeft zo vaak het Evangelie gehoord, maar weigert zich te bekeren. Hij is doodsbang voor Jezus Christus, de Zoon van God, en wil er alleen maar voor zorgen dat jij niet met anderen over de Heere Jezus spreekt.’
De jongen deed zijn oordopjes weer in en liep verder. Ook Ahmed was meteen verdwenen. Later zag ik Ahmed nog een keer. We waren juist aan het bidden. Ik zei: ‘Kom erbij, we gaan net bidden tot de levende Heere Jezus Christus. Doe je mee?’ Hij wist niet hoe snel hij weg moest komen…
Ook de ontmoeting met een voorganger uit het Midden-Oosten zal ik niet snel vergeten. Jarenlang kwam hij in de Bijlmer samen met een christelijke gemeente die voornamelijk uit ex-moslims bestond. Tegenwoordig rijden zij iedere zondag met meerdere busjes vanuit de Bijlmer naar een andere stad. Daar komen ze samen op een locatie waar zij niet te maken hebben met sociale controle en bedreigingen door moslims.
Wanneer we op woensdag met de Bijbelbus recht tegenover Kraaiennest staan, zien en spreken we veel moslims. Iedere keer als ik de moskee zie, moet ik denken aan dat meisje dat elke vrijdag met haar vader mee moet naar de moskee. Zij zegt echter: ‘De Heere Jezus is echt de Zoon van God en mijn Verlosser. In de moskee bid ik alleen tot Hem!’
Hoeveel ‘moslims’ zullen er in de moskee tot de Heere Jezus bidden? En dan is er die vrouw bij de Bijbelbus, gekleed in een boerka, die tegen mij zei: ‘Geen gesprek, maar Jezus is mijn Verlosser!’
Deze ontmoetingen laten zien dat we niet altijd weten wat er zich afspeelt in het hart van mensen die zich moslim noemen. Daarom is het zo belangrijk dat het Evangelie blijft klinken, ook op plaatsen waar verschillende boodschappen over Jezus naast elkaar bestaan. Laten we daarom niet alleen met hen spreken, maar vooral ook voor hen bidden. Bidt u voor hen?
Tips voor gesprekken met moslims
In gesprek gaan met moslims kent zo zijn eigen uitdagingen. Soms kunnen we worden overrompeld door de Bijbelkennis die zij lijken te hebben. Toch blijkt het bij nadere bespreking regelmatig te gaan om teksten die uit hun verband zijn gehaald. Ook het argument dat de Bijbel vervalst zou zijn, komt in gesprekken vaak terug. Maar welke bewijzen zijn daarvoor? En als de Bijbel inderdaad vervalst zou zijn, waarom vinden we dan tussen de verschillende handschriften geen grote verschillen, zeker niet als het gaat om de kern van het Evangelie?
Wie met moslims over het geloof spreekt, doet er goed aan zelf een goede Bijbelkennis te hebben en steeds terug te keren naar Gods Woord. Moslims kennen de Koran niet altijd inhoudelijk. Zij weten vaak hoe de teksten gereciteerd moeten worden, maar de boodschap ervan is niet altijd goed bekend.
De Heere Jezus wordt door moslims erkend als profeet. Dat biedt een belangrijke ingang voor het gesprek. Waarom zouden we dan niet samen Zijn woorden lezen? Vooral de Evangeliën, de Psalmen en de boeken van de profeten bieden daarvoor goede mogelijkheden. De brieven van Paulus worden door moslims nogal eens als vervalst beschouwd. Daarom gebruik ik deze brieven in gesprekken met moslims minder vaak.
Het Evangelie van Johannes biedt veel aanknopingspunten. Al in het eerste hoofdstuk wordt de Heere Jezus aangewezen als het Woord dat van eeuwigheid is. Ook wordt daar gesproken over hen die Hem aangenomen hebben en zalig worden. Het is een hoofdstuk dat veel stof tot gesprek geeft.
Ook het offerfeest kan een ingang zijn. Ik vraag dan weleens: ‘Waar haalde Abraham eigenlijk zijn ram vandaan?’ In Genesis lezen we dat de Heere daarin voorzag. Vervolgens kan de lijn worden getrokken naar Johannes, waar Johannes de Doper naar Christus wijst met de woorden: ‘Zie, het Lam van God, Dat de zonde der wereld wegneemt!’
Een ander onderwerp dat in gesprekken regelmatig naar voren komt, is de vergelijking tussen Mohammed en Jezus. Volgens moslims was Mohammed volmaakt. Wie echter kijkt naar de historische bronnen over Mohammed, komt ook gebeurtenissen tegen die moeilijk te rijmen zijn met het beeld van een volmaakt mens.
Juist daarom is het belangrijk om in gesprekken niet alleen in discussie te gaan over verschillen tussen de Bijbel en de Koran, maar steeds terug te keren naar de Persoon van de Heere Jezus Christus. Wie is Hij werkelijk? Wat heeft Hij gezegd en wat heeft Hij gedaan? Laat daarbij Gods Woord spreken! Wijs in alle eenvoud op Christus, het Lam van God, Dat de zonde der wereld wegneemt.